Terug naar overzicht
ochtendGoede Week~6 min leestijd

Johannes 2:13-22;

ds. P. van Duijvenboden

Een uitspraak die blijft hangen

In het kort

Jezus' belofte om de afgebroken tempel in drie dagen te herbouwen, draait in de kern om zijn eigen lijden, sterven en opstanding. Net zoals een scheefgegroeid gebouw of team soms compleet afgebroken moet worden omdat oppervlakkig renoveren niet meer werkt, zo moeten ook wij in Christus sterven om helemaal nieuw gemaakt te worden. Wie zich aan Hem toevertrouwt, deelt in die krachtige opstanding waar ziekte, verdriet en afbraak definitief verleden tijd zijn.

De preek samengevat

De dominee begint de preek met een herkenbaar voorbeeld uit zijn tijd als geestelijk verzorger bij defensie. Hij was betrokken bij een militaire eenheid waar het al jaren ronduit slecht ging; het team liep vast in frustraties en hardnekkige conflicten. Alle pogingen om de werksfeer te verbeteren liepen op niets uit. Uiteindelijk sprak de commandant de harde, maar nodige waarheid: we moeten helemaal opnieuw beginnen. Iedereen kreeg een andere positie, het team werd vanaf de grond af aan opnieuw opgebouwd. Restaureren had simpelweg geen zin meer. Dit beeld van totale afbraak om tot iets wezenlijk nieuws te komen, sluit naadloos aan bij de tekst van vanmorgen, waar Jezus zegt: "Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem laten herreizen."

Deze uitspraak doet Jezus kort nadat Hij de tempel in Jeruzalem heeft gereinigd. Tot zijn grote verontwaardiging treft Hij op het tempelplein een drukke markt aan vol schapen, runderen en geldwisselaars. Met een zelfgemaakte zweep drijft Hij iedereen naar buiten. Het is een prachtig symbolisch beeld: alle offerdieren worden weggestuurd en alleen Hij, het ware Lam van God, blijft achter in de tempel. Wanneer de Joden Hem ter verantwoording roepen en om een teken vragen dat zijn autoriteit bewijst, antwoordt Hij met die bekende, raadselachtige woorden over het afbreken van de tempel. De omstanders zijn in de war, want zij denken aan het majestueuze stenen gebouw waar al vierenveertig jaar aan werd gebouwd. Jezus spreekt echter over de tempel van zijn eigen lichaam.

Dit raadselachtige antwoord blijft de mensen nog lang bij. Jaren later, tijdens het proces voor de hogepriester, wordt het door valse getuigen tegen Hem gebruikt.

En ook als Hij even later zwaargewond aan het kruis hangt, roepen voorbijgangers het spottend naar Hem.

Bij de evangelist Markus zien we precies ditzelfde gebeuren.

De Joden voelden feilloos aan dat Jezus Zich hiermee op gelijke hoogte stelde met God. Alleen de Schepper zelf kan immers zoiets groots in drie dagen opbouwen. Dat Hij meer is dan een bijzonder mens, en daadwerkelijk God is, bleek toen een grote steen des aanstoots en is dat voor velen nog steeds.

Deze uitspraak over afbraak snijdt echter ook diep in ons eigen leven, want afbraak is onze dagelijkse realiteit. Aan de ene kant zien we soms het prille wonder van nieuw leven als we een baby in de armen houden. Maar we ervaren net zo goed dat we kwetsbaar zijn en ouder worden met gebreken. Soms slaat die afbraak gruwelijk vroeg toe, bijvoorbeeld bij het verlies van een jong kind in het verkeer. We lijken op een tak die van een boom is afgetrokken; de bladeren zijn misschien nog even groen, maar de aftakeling is onvermijdelijk begonnen. Niet alleen ons lichaam, maar ook onze binnenkant is gebroken. Onze neiging om steeds weer bij God vandaan te lopen en onszelf op de eerste plek te zetten, is onuitroeibaar. Net als die militaire eenheid zijn we vanuit onszelf eigenlijk niet meer te restaureren. De diagnose is scherp: we moeten afgebroken worden. Paulus omschrijft die innerlijke strijd zo treffend als hij zegt dat hij het goede wil, maar het niet doet.

Hier schittert echter de enorme troost van het evangelie. Jezus neemt onze plek niet alleen over; Hij neemt ons bé in zijn dood en opstanding.

Als je aan Jezus verbonden bent, sterf je met Hem, maar herrijs je ook met Hem. Het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden!

We kijken met verwachting uit naar een toekomst waarin de dood en de afbraak ons niet meer kunnen raken. Geen ziektes meer, geen handicaps, en God zelf zal alle tranen afwissen. Jezus geeft de opstanding als het ultieme teken, net zoals Hij op een ander moment wees op het teken van Jona in de buik van de vis.

Sterker nog, Gods Geest komt nu al in ons wonen en maakt ons zwakke bestaan tot een nieuwe tempel.

Daarom hoeven we niet met een denkbeeldig kaarsje krampachtig in ons eigen hart te speuren naar restjes goedheid. Vertrouw jezelf gewoon volledig aan Hem toe, de Here Jezus die ons onmogelijke leven voor eeuwig herbouwt uit het stof.

Kernpunten

  • Jezus' uitspraak over het afbreken en opbouwen van de tempel ging niet over een gebouw van steen, maar wees vooruit naar de dood en opstanding van zijn eigen lichaam.
  • Mensen vielen over de claim van Jezus; dat Hij een tempel in drie dagen kon opbouwen, impliceerde dat Hij God de Schepper is. Dit besef blijft voor velen confronterend.
  • Ons aardse bestaan is onvermijdelijk aan afbraak onderhevig, zowel fysiek (door ouderdom, ziekte of verdriet) als geestelijk (door onze zondige, gebroken natuur).
  • We zijn vanuit onszelf niet te 'restaureren' of spiritueel op te knappen; we moeten, net als een vastgelopen eenheid, compleet afgebroken worden om echt nieuw te kunnen beginnen.
  • Het evangelie reikt verder dan alleen plaatsvervanging; het betekent dat we in Christus worden 'meegenomen'. We sterven met Hem en we staan met Hem op.
  • Door het geloof is onze afbraak niet het definitieve einde. We mogen leven naar een horizon waar pijn, ziekte en verdriet voorgoed afwezig zijn.
  • We worden opgeroepen om het niet in onszelf te zoeken, maar puur te vertrouwen op Jezus' woorden en te geloven in zijn verlossende liefde.

Wat kun je ermee?

  • Stop met pogingen om jezelf geestelijk 'op te knappen' voor God. Erken eerlijk je eigen gebrokenheid en laat Christus het diepe vernieuwingswerk in je doen.
  • Voel je de afbraak in je eigen lichaam of in dat van een geliefde? Bedenk dan dat de ware, nieuwe versie van je leven veilig bewaard is in Jezus' opstanding, ver voorbij deze moeiten.
  • Zoek niet voortdurend naar bewijzen van geloof of goedheid diep in jezelf (het zoeken met een 'kaarsje in je hart'), maar richt je blik naar buiten, op wat Jezus aan het kruis uit pure liefde heeft volbracht.
  • Oefen in het rusten in zijn genade. Laat de wetenschap dat het oude definitief voorbij is je moed geven om met een rechte rug – en niet met gebogen hoofd – door de week te gaan.

Om over na te denken

  • Welke dingen in je leven probeer je misschien nog steeds krampachtig zelf te 'restaureren', terwijl Jezus je uitnodigt om het uit handen te geven?
  • Hoe beïnvloedt de zekerheid dat je met Jezus bent "meegenomen in zijn opstanding" de manier waarop je omgaat met tegenslag, ziekte of ouder worden?
  • Jezus' claim dat Hij meer is dan een profeet — dat Hij God is — dwingt tot een keuze. Wat betekent het in jouw dagelijks handelen dat je Heiland en Redder tegelijkertijd de almachtige Schepper is?