Terug naar overzicht
avondGroene tijd~7 min leestijd

Handelingen 9: 1-22

ds. A. van der Stoep

Saulus wordt een bidder en een broeder

In het kort

Wanneer je de levende Jezus ontmoet, verandert alles: geloven is niet langer een klein onderdeel van je leven, maar wordt werkelijk allesbepalend. Dat zien we prachtig bij Saulus, die na zijn ontmoeting met Jezus verandert van een fanatieke vervolger in een kwetsbare bidder en een geliefde broeder. God roept ons op om, net als Ananias, open te staan voor de mensen die Hij op ons pad brengt en onszelf beschikbaar te stellen als een instrument in Zijn handen.

De preek samengevat

De preek neemt ons mee naar de Rechterstraat in Damascus, waar we de grote ommekeer in het leven van Saulus zien.

Onderweg naar die stad wilde hij christenen gevangennemen, maar hij kreeg letterlijk de genadeslag: hij ontmoette Jezus, werd verblind door het hemelse licht en viel op de grond.

Waar hij eerst brieste van dreiging en moord, is hij nu volkomen afhankelijk geworden en laat hij zich door anderen bij de hand nemen. Drie dagen lang zit hij in het donker, hij eet en drinkt niet, maar doet wel iets anders. God omschrijft zijn nieuwe houding tegenover Ananias met een paar veelzeggende woorden: "Want zie, hij bidt."

Dat is het eerste grote thema van de preek: als je Jezus werkelijk ontmoet, dan ga je bidden. Geloven is dan niet langer een stukje van je leven in een gefragmenteerd bestaan waarin God moet concurreren met je werk, sport of vrienden. God wil geen stukje van je hart, Hij wil je héle hart. Zodra God tot je spreekt, vallen de schellen van je ogen en brengt dat je van je stuk. Je krijgt een diep verlangen naar Hem, een ware dorst om de Heere te ontmoeten zoals we dat in de psalmen zo mooi terugzien.

De dominee illustreerde dit heel sprekend met het voorbeeld van een jonge man die, aangespoord door zijn vriendin, mee ging naar een gewone dorpskerk. Toen God daar ineens heel persoonlijk tot hem sprak, veranderde alles; de dagen erna kon hij alleen nog maar bidden, huilen en in de Bijbel lezen.

Tijdens die blinde dagen in Damascus heeft Saulus in zijn gebeden ongetwijfeld zijn diepe schuld beleden voor het vervolgen van de kerk. Misschien bad hij in de stilte van dat huis wel de bekende boetepsalmen om vergeving te vragen voor wat hij de gelovigen had aangedaan.

Of smeekte hij de Heere om niet te denken aan zijn vroegere zonden, maar hem genadig te zijn.

Al biddend vallen de puzzelstukjes voor deze hooggeleerde Farizeeër op hun plek. Hij realiseert zich dat alles wat hij van jongs af aan leerde over de tabernakel, de offers en de lijdende Knecht des Heeren, zijn ultieme vervulling vindt in de gekruisigde en opgestane Jezus.

Zijn bidden is geen vroom riedeltje meer, maar een eerlijke ontmoeting met de levende God waarin hij alle controle uit handen geeft: "Heere, wat wilt U dat ik doen zal?"

Het tweede deel van de preek draait om Ananias, die door God gestuurd wordt naar het huis waar Saulus verblijft. Ananias zit daar helemaal niet op te wachten. Naar de meedogenloze Saulus gaan, voelde in die tijd alsof je nu in Nigeria op bezoek moet bij een leider van Boko Haram, of in Afghanistan bij de Taliban. Toch laat de Heere Zich niet met een kluitje in het riet sturen door onze menselijke bedenkingen. Als Hij roept, dan gaat Hij met je mee. Ananias gehoorzaamt, stapt waarschijnlijk met knikkende knieën het huis binnen, legt de voormalige moordenaar de handen op en noemt hem liefdevol: "Saul, broeder."

Dat ene woord laat zien wat genade doet: bidden maakt je niet alleen een kind van God, maar verbindt je ook direct als broeder of zuster aan een nieuwe familie, de gemeente.

Dit vormt een scherpe maar liefdevolle spiegel voor ons vandaag. Staan wij als gemeente eigenlijk wel echt open voor mensen die van buitenaf tot geloof komen? Durven we mensen met een lastige reputatie of een heel andere achtergrond met open armen te ontvangen, ook als zij in hun doen en laten nog moeten groeien? We zijn allemaal geroepen om zo’n 'Ananias' te zijn voor een ander. Dat is niet alleen een taak voor ambtsdragers tijdens een huisbezoek, maar we moeten allemaal leren om pasbekeerde of jonge gelovigen bij de hand te nemen en oprechte, herderlijke zorg te bieden. De Goede Herder gebruikt ons als Zijn onderherders om Zijn schapen nooit aan hun lot over te laten.

Tenslotte krijgt Saulus, direct nadat hij gedoopt is, zijn roeping. Hij wordt door God uitgekozen als een 'aarden kruik'—een instrument—om de naam van Jezus te dragen naar heidenen, koningen en Israëlieten. Ananias wist al van deze opdracht en vertelde hem direct dat God hem had uitgekozen als Zijn getuige.

Hoewel die weg veel lijden met zich mee zal brengen, begint Saulus gewoon dichtbij: in Damascus stapt hij de synagoge binnen en vertelt direct dat Christus de Zoon van God is. Ook wij worden opgeroepen onszelf als een instrument in Gods handen te leggen. Je hoeft niet altijd ver weg te gaan; begin maar gewoon dichtbij huis met het delen van Zijn Naam. God bouwt Zijn koninkrijk volop, en wij mogen daar door Zijn genade aan meebouwen.

Kernpunten

  • Een ware ontmoeting met Jezus haalt je uit je comfortzone, slaat je trots uit handen en brengt je op je knieën in afhankelijkheid en gebed.
  • Geloven is niet iets wat je als een klein onderdeel toevoegt aan een toch al druk leven; God vraagt je onverdeelde hart en wil jouw hele leven bepalen.
  • Echt bidden is geen vaste tekst opdreunen, maar God ontmoeten, je hart uitstorten en de regie van je leven overgeven aan Hem.
  • Zodra je door God gered wordt, ben je nooit meer alleen; je wordt direct opgenomen in een geestelijk huisgezin en je bent geroepen anderen als broeder of zuster te omarmen.
  • God roept ons vaak om uit onze eigen veilige netwerkjes te stappen en genade te tonen aan mensen die we zelf misschien nooit hadden uitgekozen, precies zoals Ananias dat bij Saulus deed.
  • Elke gelovige, hoe kort of lang je ook gelooft, is door God uitgekozen als een 'aarden kruik' om Zijn Naam naar anderen te brengen.

Wat kun je ermee?

  • Kijk eens eerlijk naar je eigen leven: behandel jij het geloof als slechts een "stukje" van je leven, of mag de Heere werkelijk over elk aspect (werk, relaties, vrije tijd) meespreken?
  • Wees deze week een 'Ananias' voor iemand anders. Neem een jonge of nieuwe gelovige onder je hoede, stuur een bemoedigend berichtje, of voer een oprecht gesprek over het geloof.
  • Bid in de komende dagen heel concreet de vraag van Saulus: "Heere, wat wilt U dat ik doen zal?" en wees bereid om ook de ongemakkelijke antwoorden van God te gehoorzamen.
  • Wacht niet tot je alles weet of ver weg moet om te getuigen; begin gewoon dichtbij in je eigen gezin, familie of op je werk met het delen van wat Jezus voor jou betekent.

Om over na te denken

  • Sta jij in jouw kerk of vriendengroep echt open voor nieuwkomers of mensen met een 'beschadigde' reputatie, of vind je dat stiekem toch lastig en blijf je liever in je eigen bubbel?
  • Herken jij momenten in je leven dat Gods woord zó hard bij je binnenkwam, dat het je van je stuk bracht en aanzette tot echt, eerlijk gebed? Hoe houd je dat vuur levend?