Terug naar overzicht
avondGroene tijd~7 min leestijd

Openbaring 3: 14-22

ds. P.M. van 't Hof

Een kloppende Jezus bij een lauwe gemeente

In het kort

In de gemeente van Laodicea leek alles perfect op orde, maar in werkelijkheid stond Jezus buitengesloten voor een dichte deur. De preek is een liefdevolle, dringende oproep van Christus aan een lauwe, zelfgenoegzame kerk om in te zien hoe geestelijk arm ze eigenlijk is. Ondanks hun blinde vlekken schrijft Jezus hen niet af; Hij klopt vol verlangen aan om maaltijd met hen te houden en ware, hemelse rijkdom uit te delen.

De preek samengevat

Stel je eens voor dat je op zondag bij je vertrouwde kerkgebouw aankomt en ontdekt dat je voor een dichte deur staat. Je komt er niet in, want de boel zit op slot. Dat is een hele ongemakkelijke gedachte, maar de dominee begon de preek met precies dit beeld. Het is namelijk de bittere realiteit in de gemeente van Laodicea: Jezus staat buiten Zijn eigen kerk. De hele preek draait om Zijn boodschap en waarschuwing aan deze christenen.

Jezus spreekt de gemeente aan als de "Amen", de betrouwbare getuige, het eeuwige Woord dat in het begin al bij God was.

Door Hem klonk het allereerste en machtige woord in de schepping: laat er licht zijn.

En net zoals Hij toen het eerste woord had, heeft Hij ook nu het laatste woord in ons leven.

Laodicea was in die tijd een ontzettend welvarende stad, vergelijkbaar met de absolute top van de zakenwereld nu — een plek vol bankiers en succesvolle ondernemers. Ze stonden wijd en zijd bekend om drie dingen: hun enorme rijkdom, hun florerende textielindustrie met in het bijzonder hun luxueuze zwarte wol, en hun vooruitstrevende medische kennis rondom een befaamde ogenzalf. Zelfs toen een zware aardbeving de stad rond het jaar 60 trof, wezen ze alle financiële hulp van buitenaf af. Ze redden zichzelf wel. Dat gevoel van zelfoverschatting zat ook diep in de kerk geworteld. Het was ongetwijfeld een ijverige, drukke gemeente die vol in de actiestand stond en waarschijnlijk dacht dat ze een voorbeeld was voor omliggende steden. Ze voelden zich rijk en hadden naar eigen zeggen nergens gebrek aan. De dominee vergeleek hen met een eindexamenkandidaat die uit pure overmoed de vlag al uithangt, om vervolgens te horen dat hij pijnlijk is gezakt. De diagnose van de hemelse arts was namelijk messcherp: "U weet niet dat juist ú ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent."

Jezus noemt hen "lauw". Dit werd heel concreet uitgelegd aan de hand van de geografie uit die tijd. Niet ver van Laodicea lag Colosse, een plaats die bekend stond om haar verfrissende, koude water. Aan de andere kant lag Hierapolis, beroemd om hete, geneeskrachtige bronnen. Maar tegen de tijd dat het water uit deze steden via leidingen in Laodicea aankwam, was het viezig, lauw water geworden. Zoals je op een snikhete zomerdag een glas water dat lang in de zon heeft gestaan met afschuw weer uitspuugt, zo onsmakelijk is deze gemeente voor Jezus. Ze zijn niet afkerig en ijskoud, maar hun hart brandt ook niet meer van liefde voor Hem. Ze draaien simpelweg op hun eigen, gearriveerde routine.

Maar het meest indrukwekkende van deze boodschap is niet het harde oordeel, het is de onbegrijpelijke liefde van Jezus. Hij had na deze diagnose kunnen zeggen: ik ben er helemaal klaar mee, dit was het. Maar wat doet Hij? "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop." Hij blijft niet op afstand, maar zoekt hen op als een hemelse koopman. Tegen deze mensen, die dachten alles al te bezitten, zegt Hij vol compassie: "Ik raad je aan om bij Mij te komen." Hij biedt goud aan dat gelouterd is door het vuur, voor ware geestelijke rijkdom. Hij biedt stralend witte kleren aan om de schande van hun naaktheid te bedekken, als vervanging voor hun eigen, trotse zwarte wol. Want God kan onze zonden, al zijn ze rood als scharlaken, zo wit maken als de sneeuw.

En tot slot biedt Hij Zijn hemelse ogenzalf aan. Deze mensen, die medisch gezien voorloper waren, moesten inzien dat ze geestelijk blind waren, totdat God hun de ogen opende voor Zijn genade.

De preek werkte toe naar een hele persoonlijke en urgente verantwoordelijkheid. Jezus forceert de deur van ons hart namelijk niet. Hij klopt wel, keer op keer, maar wij moeten zélf de grendel omdraaien. Misschien heb jij op de deur van je hart wel onzichtbaar een bordje met "niet storen" gehangen. Je vindt het een mooi verhaal, maar je hebt het nu gewoon te druk met je opleiding, je werk of andere zorgen. Je denkt: ik open die deur later wel een keer. Maar wie garandeert je dat er een "later" is? De oproep om God te zoeken geldt voor het heden, voor vandaag, als je Zijn stem hoort.

Wie gehoor geeft aan Zijn klop en de deur opendoet, krijgt de prachtigste belofte. Jezus komt binnen, houdt de maaltijd met je en zorgt ervoor dat je met Hem mag zitten op Zijn troon. Door Hem ben je dan uiteindelijk méér dan overwinnaar, gered voor de eeuwigheid.

Kernpunten

  • De gemeente in Laodicea leed aan ernstige zelfoverschatting; ze dachten geestelijk alles uitstekend voor elkaar te hebben, maar zagen hun eigen leegte niet.
  • Jezus heeft als de trouwe getuige niet alleen het eerste woord in de schepping, maar spreekt ook vol gezag het laatste woord over ons leven.
  • Geestelijke lauwheid — wel actief zijn, maar niet meer branden van liefde voor God — roept weerstand op en is onverteerbaar voor de Here.
  • Ondanks onze fouten schrijft Jezus ons niet af; Hij staat juist vol vurig verlangen aan de deur van ons hart en klopt om binnen te komen.
  • De echte oplossingen voor ons leven (goud, witte kleding en ogenzalf) kunnen we niet zelf produceren, maar ontvangen we als een genadig aanbod van Jezus Zelf.
  • We hebben de verantwoordelijkheid om Jezus vandaag nog binnen te laten en ons geloof niet uit te stellen naar een moment waarop we 'minder druk' zijn.
  • Wie de deur van zijn leven opent voor Christus, ontvangt niet alleen vergeving, maar ook hechte gemeenschap met Hem en deelt in Zijn eeuwige overwinning.

Wat kun je ermee?

  • Meet je eigen geestelijke temperatuur: Vraag jezelf eerlijk af of je in je geloof "lauw" bent geworden. Geloof je meer uit een comfortabele gewoonte, of brandt je hart nog van liefde voor Jezus?
  • Haal het bordje "niet storen" weg: Als je de neiging hebt om tijd voor God steeds door te schuiven omdat je het druk hebt met school, werk of je sociale leven, besluit dan vandaag nog om bewust tijd voor Hem vrij te maken.
  • Wissel je "eigen kleding" in: Stop met proberen jezelf voor God op te poetsen en accepteer dat je het in je eentje niet redt. Neem Zijn vergeving (de "witte kleren") aan in plaats van te vertrouwen op wat je zelf kunt presteren.
  • Sta open voor eerlijke correctie: Jezus zegt stevige dingen tegen de kerk, maar Hij doet dit uit immense liefde. Wees dus niet defensief als je geconfronteerd wordt met je eigen tekortkomingen, maar zie het als Gods manier om je weer dicht bij Zich te roepen.

Om over na te denken

  • Op welke momenten in de week betrap jij jezelf erop dat je, net als de mensen in Laodicea, denkt: "Ik heb alles prima voor elkaar, ik red me wel zonder hulp"?
  • Wat vind jij van de gedachte dat de almachtige Jezus niet gewoon bij je naar binnen breekt, maar geduldig aan je deur blijft kloppen en wacht tot jij opendoet?
  • Aan welk van de drie hemelse cadeaus (goud/geloof, witte kleding/vergeving, ogenzalf/inzicht) heb jij op dit moment in je leven het meeste behoefte?