Terug naar overzicht
avondLijdenstijd~6 min leestijd

Hebreeën 10:19-22

ds. J.W. Verboom

De preek samengevat

De dominee begint met een eerlijke blik op onze eigen 'gebedsarmoede'. In onze moderne, welvarende en zelfredzame wereld is bidden vaak een beetje naar de achtergrond verdwenen. We zien het als een soort psychologisch steuntje in de rug — een vorm van mindfulness — of we gebruiken het pas als een uiterste SOS-signaal in blinde paniek, bijvoorbeeld als we ernstig ziek zijn. "Ons dwaze hart zegt liever de handen uit de mouwen dan ze vouwen," merkt de dominee treffend op. Pas als we helemaal uitgeput zijn, rollen we ons bed in en mompelen we nog snel een gebedje. Maar tegenover deze gebedsarmoede wil deze boodschap ons juist de onvoorstelbare rijkdom en vrijmoedigheid van het gebed laten zien.

Om te begrijpen hoe bijzonder die vrijmoedigheid is, neemt de predikant ons mee naar de tempel uit de tijd van het Oude Testament. Vroeger was het heiligdom grotendeels afgesloten. Achter een dik gordijn — het voorhangsel — bevond zich het allerheiligste, de plek waar God woonde. Daar was het streng 'verboden toegang' voor gewone mensen. Alleen de hogepriester mocht daar één keer per jaar naar binnen. Van nature verdienen wij het, door onze fouten en afstand tot God, ook om buiten te blijven staan.

Maar door het nieuwe verbond is die situatie compleet veranderd. Gelovigen zijn nu allemaal als het ware zélf hogepriesters geworden en mogen altijd naderen!

De kern van de boodschap is dat we nu 'vrijmoedigheid' hebben ontvangen. Dit betekent niet zomaar dat je je toevallig vrij voélt om te praten, maar dat je een officieel toegangsrecht of een machtiging hebt gekregen, duur betaald met het bloed van Jezus. De dominee gebruikt hiervoor een prachtig beeld: zoals er voor wereldleiders bij een paleis een rode loper wordt uitgerold, zo is het bloed van Jezus de rode loper die voor ons is uitgerold tot helemaal voor Gods genadetroon. Dat bloed heeft een compleet nieuwe, levende weg gebaand. Toen Jezus aan het kruis stierf, scheurde het grote tempelgordijn van boven naar beneden. Daarmee werd niet alleen Zijn lichaam verscheurd, maar ook onze schuldbrief. De poort naar God staat nu wagenwijd open.

Maar wat als je je helemaal niet zo vrijmoedig voelt? Wat als je geweten aan je knaagt, als je de mist in bent gegaan en de duivel je influistert dat je helemaal niet deugt? De predikant benadrukt dat we onze zekerheid nooit in onze eigen wisselende emoties of in onze eigen vroomheid moeten zoeken. Geloofszekerheid ligt altijd buiten onszelf, uitsluitend in de gekruisigde Christus. Bidden is daarom 'bloedgericht' bidden. Als we tot God naderen, komt Jezus ons als de grote Priester al tegemoet en geeft Hij ons vier schitterende cadeaus: een waarachtig (eerlijk) hart, de volle zekerheid van het geloof, een gereinigd geweten en de zekerheid van onze doop (een gewassen lichaam). Zelfs als jouw eigen beleving zegt dat je slecht en onwaardig bent, mag je blijven pleiten op Gods belofte dat je schoon bent door Zijn bloed.

Bidden is dus te vergelijken met binnengaan in het paleis van koning Willem-Alexander. Je voelt aan de ene kant diep ontzag en respect voor de Koning, maar je mag tegelijkertijd met de onbevangen blijdschap van een kind naar binnen stappen. De dominee sluit af met een illustratie: in de Romeinse senaat kregen sprekers soms tien minuten 'Parrhesia', het officiële recht om vrijuit en zonder straf te spreken. Wij krijgen van God geen schamele tien minuten, maar een levenslang spreekrecht. Laten we daarom niet in onze twijfels of ongeloof blijven hangen, maar dankbaar en vol verwondering gebruikmaken van die wijd openstaande poort.

Kernpunten

  • Gebed wordt zwaar onderschat: We gebruiken God vaak als een soort reservewiel in noodgevallen of als een psychologisch trucje voor rust, in plaats van een dagelijkse ontmoeting met de Allerhoogste.
  • Vrijmoedigheid is een machtiging: Het is geen gevoel dat je zelf moet opwekken, maar een officieel toegangsrecht dat je van God krijgt, vergelijkbaar met een machtiging om te mogen stemmen.
  • Iedereen is nu hogepriester: Waar vroeger het allerheiligste in de tempel verboden toegang was voor het volk, mag nu elke gelovige door Jezus direct tot God naderen.
  • De rode loper is uitgerold: Het bloed van Jezus vormt de rode loper waardoor wij zonder angst de troonzaal van God de Vader binnen mogen wandelen.
  • Zekerheid ligt buiten jezelf: Zoek het bewijs van je geloof niet in hoe vroom je eigen gebed klinkt of hoe je je voelt, maar focus je uitsluitend op wat Jezus aan het kruis heeft gedaan.
  • Een gereinigd geweten is een belofte, geen gevoel: Zelfs als je eigen hart of de duivel je aanklaagt ("jij deugt niet"), mag je je vasthouden aan de belofte dat Jezus je volledig schoonwast.
  • Levenslang spreekrecht: Je hebt goddelijke toestemming gekregen (Parrhesia) om je hart onbeperkt en zonder reserves uit te storten bij God.

Wat kun je ermee?

  • Maak bidden niet het sluitstuk van je dag: Wacht niet tot je 's avonds uitgeput je bed in rolt. Betrek God proactief bij de alledaagse keuzes en momenten, en zie bidden niet enkel als SOS-signaal.
  • Bid 'bloedgericht': Voel je je niet goed genoeg of te zondig om te bidden? Besef dan dat je toegangsbewijs niet jouw eigen prestatie is, maar uitsluitend het bloed van Jezus. Kom precies zoals je bent.
  • Verweer je tegen aanklachten: Als je geweten opspeelt en je jezelf naar beneden haalt, ga dan niet in discussie met jezelf. Wijs simpelweg naar het kruis en herinner jezelf aan Gods belofte dat je vergeven en gereinigd bent.
  • Spreek vrijuit: Bedenk dat je bij God de Koning bent, maar wel als Zijn kind. Je hoeft je woorden niet op een weegschaal te leggen; wees eerlijk over je twijfels, fouten en angsten.

Om over na te denken

  • In hoeverre gebruik jij bidden vooral als een hulplijn bij problemen, in plaats van een doorlopend gesprek met God?
  • Hoe ga jij om met de momenten waarop je je helemaal niet 'vrijmoedig' voelt om tot God te naderen?
  • Besef je in het dagelijks leven ten volle dat er een 'rode loper' voor je is uitgerold naar het hart van God?